De stemmachine en het rode potlood
De gemeenteraadsverkiezingen in Nederland zijn voorbij en partijen schikken zich langzaam naar hun nieuwe positie. Wonden worden gelikt of portefeuilles verdeeld. Nee, ik ga het niet over de uitslag hebben. Daar is in de media al voldoende over verteld en tenslotte is dit niet een politieke weblog. Maar ik keek wel op van het kleine aantal gemeenten dat nog gebruik maakt van het rode potlood. 13, als ik het afgelopen dinsdag op de televisie goed gehoord heb. De overigen hebben het potlood ingeruild voor de stemmachine.
Als softwareprogrammeur en technisch onderlegd iemand heb ik altijd een vreemd gevoel bij een stemmachine. Wie heeft dat ding geprogrammeerd, zitten er misschien fouten in? Een dergelijk apparaat wordt minder dan één keer per jaar uit de mottenballen gehaald. Stel je nu voor dat een programmeur bij de laatste update een klein foutje heeft gemaakt en die komt er pas uit bij de stemming zelf—of erger, die fout komt er helemaal niet uit en wordt ongezien in de uitslagen meegenomen?
En dan is er nog het punt van terugverdientijd. Zo’n apparaat kost veel geld en dat is jammer voor iets dat minder dan één keer per jaar wordt gebruikt. En eeuwen meegaan doen ze ook niet. Een doosje rode potloden kun je op de plank leggen voor de volgende verkiezingen. Als de muizen er in de tussentijd niet aan knabbelen zijn ze bij de volgende stemronde weer als nieuw. Hooguit even een puntje er aan slijpen.
Ik was dan ook blij dat de gemeente Ooststellingwerf waar ik in Nederland nog woonachtig ben behoort tot de laatste groep die de zinloze investering in een stemmachine nog niet gedaan heeft. Ik heb afgelopen dinsdag mijn keuze kenbaar gemaakt door een vakje met een rood potlood in te kleuren. En ik hoop dat nog jarenlang op die manier te mogen blijven doen.
Lammert