21 Dec 2006

President Turkmenistan overleden

Categorie: Column — lammert @ 18:14

Meestal is het jammer wanneer iemand aan een hartstilstand overlijdt. Vandaag ben ik echter niet bijzonder rouwig na het horen van het bericht op de televisie dat de president van Turkmenistan is overleden. Turkmenistan is één van de andere staten in Centraal Azië. In tegenstelling tot Kazachstan heeft er na de val van de Sovjet Unie niet een echte verandering van het politieke en economische systeem plaatsgevonden. De president heeft de touwtjes strak in handen genomen en praktisch alle inkomsten uit gas en olie zijn naar privébankrekeningen in het buitenland gevloeid. Een propagandastroom van maar liefst vier Turkmeense kanalen op de satelliet Yamal 201 die wij ontvangen moet de buitenwereld doen geloven dat het hier gaat om het perfecte land op aarde. Maar na de zoveelste journaaluitzending met nieuwsleesters in klederdracht en documentaires over het graven van een kunstmatig meer in de woestijn dat het land voor altijd van zijn droogte moet afhelpen word je toch wat argwanend.

Zicht op een nieuwe president is er nog niet. Voor maart zijn verkiezingen gepland waarin de bevolking zich kan uitspreken over de te varen koers. Wat er van het land komt moet de komende tijd blijken. Politiek en economisch stelt het land niet zoveel voor dat het regelmatig in het internationale nieuws komt en andere landen hebben maar weinig interesse om zich te mengen in de politiek en toekomst van Turkmenistan.

Op zoek naar het AIDS centrum

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 15:42

Eind oktober heb ik bij de polikliniek in Zhabagly bloed afgestaan voor een AIDS test. De test was negatief, maar op de polikliniek hebben ze slechts één uitdraai ontvangen van de dertien geteste personen van die dag. Dat is voor de aanvraag van mijn verblijfsvergunning niet voldoende. Daarvoor moet een verklaring worden opgesteld door een arts van het AIDS centrum in Shymkent. Vanavond ga ik met de trein naar Almaty en daarom zijn Elmira en ik al vroeg in de ochtend per auto vertrokken naar Shymkent. We hebben van de huisarts begrepen dat het AIDS centrum in het zuidelijke deel van de stad moet liggen in een zijstraat van de uitvalsweg naar Tashkent.

Om een uur of elf komen we in Shymkent aan. Door het centrum rijden we naar het zuiden en vervolgens door tot vlak voor het spoor. Bij de kruising rechts zou het AIDS centrum moeten zijn. We slaan rechtsaf en rijden langzaam verder tot we enkele mannen ontwaren bij een kleine autogarage. Hier zal men ongetwijfeld weten waar we moeten zijn. Het antwoord is niet erg opvrolijkend. Volgens de monteur is het AIDS centrum een heel stuk terug, voorbij de markt. Als we dezelfde weg terugrijden en de markt gepasseerd zijn moeten we nog maar eens vragen. Daar moet het vlakbij zijn.

We keren de auto—wat op de brede wegen in Shymkent altijd gemakkelijk gaat—en rijden terug. Over de kruising waar we niet lang daarvoor nog rechtsafgeslagen zijn en vervolgens richting de markt. Wanneer we de markt gepasseerd zijn komen we in een woonwijk, niet echt waar je een AIDS centrum zou verwachten. Ik zet de auto stil aan de kant van de weg en Elmira draait het raampje naar beneden om aan voorbijgangers de weg te vragen. Met grote ogen worden we aangestaard wanneer Elmira naar het AIDS centrum vraagt. Het lijkt wel of we melaats zijn en het liefst lopen de mensen die we aanspreken zo snel mogelijk door. Na een paar keer vragen wordt het wel duidelijk, hier ligt het AIDS centrum niet. Eén voorbijganger weet ons nog wel uit te leggen dat we terug moeten en dan rechts. Omdat dat het enige aanknopingspunt is dat we hebben draaien we de auto weer en rijden de weg terug waar we net langsgekomen zijn.

De weg die we naar rechts inslaan is de weg van de markt naar het centrale Al-Farabi plein in de stad. Langs deze drukke straat zijn een aantal bushaltes en stalletjes, dus hopelijk zijn hier mensen die ons de exacte lokatie van het AIDS centrum kunnen vertellen. We stoppen bij een stalletje waar Elmira wederom vraagt naar de weg. De reactie hier is bijna nog beangstigender. De vrouw die het kleine winkeltje runt wil Elmira niet eens te woord staan, alsof het praten over AIDS al besmettelijk is. Ze draait zich om richt zich snel tot een klant, als een duidelijk teken dat wij weg moeten wezen. Gelukkig is even verderop wel iemand die het AIDS centrum lijkt te kennen. We moeten doorrijden tot vlak voor het plein en dan links afslaan. In die straat zou het centrum te vinden zijn. Het klinkt hoopvol, want we komen dan weer in de buurt waar de huisarts van Zhabagly vertelde dat het centrum zou moeten zijn.

Na enkele minuten rijden zijn we in de straat aangekomen. Stapvoets rijden we door de bijna verlaten straat, maar zowel links als rechts zien we niets dat op een medisch centrum zou moeten wijzen. Bijna aan het eind stoppen we en vragen twee oude dames die hier kennelijk wonen naar de weg. We moeten even terug. Aan de andere kant van de weg zit het infectieziektencentrum zo weten ze ons te vertellen.

Inmiddels gespecialiseerd in het draaien van U-bochten zet ik wederom de neus van onze auto 180 graden in de andere richting en we rijden terug tot de plek waar we zouden moeten zijn. We stappen uit en vragen voor de zekerheid nog aan een voorbijganger. Inderdaad, in het zijstraatje waar we nu vlak bij geparkeerd staan zouden wij moeten zijn.

We besluiten het laatste stuk te lopen. Het is nog geen vijftig meter, of rechts doemt een portiek op waarboven is geschreven dat hier een infectieziektencentrum is gevestigd. Hoopvol beklimmen we de trap en betreden de wachtkamer waar een arts en drie assistenten zich duidelijk zitten te vervelen.

Nee, dit is niet het AIDS centrum blijkt al gauw, maar een infectieziekten polikliniek waar zo ongeveer alle andere infectieziekten worden gediagnotiseerd en behandeld. Maar we hebben geluk. Eén van de assistentes heeft een afspraak in een ziekenhuis vlak bij het AIDS centrum en ze is bereid met ons mee te rijden en de weg te wijzen. Scheelt haar een taxi nemen en ons een hoop zoekwerk. Na vijf minuten heeft ze haar tas en jas gepakt en zitten we weer in de auto.

We rijden dezelfde weg weer terug en draaien op de weg naar Tashkent rechtsaf. Bij een kleine kruising is het vervolgens rechtsaf waarna we nog een eind doorrijden. In een bocht is aan de rechterkant een klein doodlopend straatje. Aan het eind daarvan blijkt het regionale AIDS centrum te zijn gehuisvest. In een doodlopend steegje, niet echt een plek waar mensen geregeld langskomen en dat verklaart waarom geen enkele voorbijganger ons de weg kon wijzen. Alleen wie hier werkelijk moet zijn komt hier, anderen niet. Het voordeel is wel, dat AIDS patiënten redelijk anoniem naar het centrum kunnen. Dat zou wel anders geweest zijn als het centrum in een drukke straat was gelegen.

In het centrum aangekomen leggen we de kopie van de lijst van de polikliniek van Zhabagly voor aan een arts. We gaan naar haar kantoor en ze schrijft een verklaring uit. Zo, dat is geregeld. Nu snel naar Zhabagly terug, want vanavond moet ik nog met de trein naar Almaty.

24 queries. 1.480 seconds.