22 Dec 2006

Naar de ambassade

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 13:03

Zelden heb ik zo’n nutteloos bezoek gebracht aan Almaty als vandaag. Het document van “geen bezwaar tot emigratie” dat vorige maand door de Nederlandse ambassade is opgesteld heeft de verkeerde bewoordingen gebruikt—in plaats van een permanent verblijf in Kazachstan werd tijdelijk verblijf genoemd—en dus kom ik rond negen uur in de ochtend na een half etmaal treinreis aan op het treinstation van Almaty om een paar woordjes op een velletje A4 te laten veranderen. Het is nog vroeg in de ochtend. De ambassade is, zo leert mijn persoonlijke ervaring,’s ochtends niet direct vol bemand en voor de zekerheid besluit ik om tot tien uur op het station te blijven alvorens naar de ambassade te gaan. De wachtruimte van station Alma-Ata 2 is warmer dan buiten. Nog weinig mensen hebben zich er verzameld en ik zoek een bank waar ik rustig van mijn ontbijt kan genieten. Van het eten dat ik gisteren uit Zhabagly heb meegenomen is nog wat over, en dat peuzel ik hier in alle rust op. Op een groot elektronisch bord in de vertrekhal worden de binnenkomende en vertrekkende treinen vermeld. Zo’n vijfentwintig treinen per dag schat ik. We spreken dan over het grootste station van de miljoenenstad Almaty. Naar elke bestemming vertrekt per dag één trein. Enkele steden zoals Shymkent maken daarop een uitzondering omdat daar per dag zowel een normale, als een sneltrein naar toe gaan. Ze hebben in Kazachstan waarschijnlijk minder moeite gehad met het samenstellen van het spoorboekje dan in Nederland.

In de ochtend komen voornamelijk nachttreinen binnen van steden uit andere delen van het land. Dat verklaart de relatieve rust in de wachtruimte. Mensen komen ‘s ochtends aan in Almaty, gaan naar hun bestemming in de stad zoals werk, familie of de markt, en komen ‘s avonds terug om de nachttrein terug te nemen. Een nachttrein is op zich geen slechte oplossing. Je reist op het koele moment van de dag wat vooral ‘s zomers erg prettig is en doordat je onderweg slaapt gaat er weinig anders nuttige tijd verloren.

Terwijl op het elektronische bord de gearriveerde treinen wegscrollen kijk ik om mij heen. De kiosks in de hal zijn nog grotendeels gesloten. De kaartverkoop is nog nauwelijks op gang gekomen en enkele vogels vliegen bij het plafond waar het kennelijk warmer is dan buiten. Om klokslag tien uur loop ik naar buiten naar de rij wachtende taxichauffeurs.

De meeste treinen van deze ochtend zijn al binnengekomen en de overgebleven taxichauffeurs zijn duidelijk op zoek naar een vrachtje. Al voordat ik de deur uitgelopen ben klampt één mij aan en vraagt waar ik heen wil. Nauryzbaya Batera 103 leg ik uit, één van de centrale straten in Almaty. “Kom mee stap in”, hoor ik, maar zo snel gaat dat niet. “Wat kost het ritje vraag ik terug?”. “Duizend Tenge”, is het antwoord. Waar ik heen moet is zo’n 10 minuten rijden vanaf het station, dus dat is duidelijk teveel. “Vijfhonderd” bied ik terug. Een groepje van tien zich vervelende taxichauffeurs heeft zich inmiddels om ons heen geschaard. “1000 is een prima prijs”, hoor ik zeggen, “met zo’n omvang neem je plek in voor drie in een taxi”. Met een glimlach wimpel ik het antwoord weg: “Voor dat geld kan ik een hele bus afhuren, daar heb ik ruimte genoeg. Of anders ga ik lopen, een goede manier om af te vallen.” De chauffeurs kunnen mijn gevoel voor humor wel waarderen en uiteindelijk maken we de prijs af op 600 Tenge. We stappen in en gaan in de richting van de ambassade.

Mijn chauffeur zit duidelijk om een praatje verlegen en onderweg praat hij honderduit. Onderweg wijst hij het kantoor van de KNB aan (de Kazachstaanse opvolger van de KGB die niet geheel onverwacht zijn kantoor in de ambassadewijk van Almaty heeft) en het voetbalstadion van voetbalclub Dynamo, enkele honderden meters voor de plek waar ik moet worden afgezet. Om de hoek bij de ambassade, die gemakkelijk te herkennen is doordat hij in fel oranje is geschilderd, stap ik uit en betaal de rit. Het is twintig over tien.

De bewaker van de ambassade—een Rus die vloeiend Engels spreekt—herkent mij reeds. Het personeelsverloop bij de ambassade is kennelijk niet hoog, want hij werkt daar al sinds de eerste keer dat ik op de ambassade kwam, zo’n vier jaar geleden. Ik leg uit dat ik documentproblemen heb met de immigratiepolitie en ik mag naar het loket. Het is weer duidelijk dat een ambassade er in de eerste plaats is om Nederlanders in Kazachstan te helpen, en pas in de tweede plaats voor Kazachstanen die een visum voor Nederland of een ander Schengenland willen aanvragen. De groep Kazachstanen in de hal moet wachten tot ik klaar ben.

Ik leg het originele document voor aan de dame achter de balie. Zij is van Kazachse afkomst maar spreekt ook prima Engels. Zij is ook degene die vorige maand het document heeft getypt. Ik leg uit dat in het document wordt gesproken van een tijdelijke verblijfsvergunning, maar dat het om een permanente verblijfsvergunning zou moeten gaan. Die paar woordjes verschil maken uit dat de immigratiepolitie mijn aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling kan nemen. Ze kijkt wat schichtig en neemt het document mee naar één van de Nederlandse vertegenwoordigers die in een kantoor verderop zit. Na enkele minuten komt ze terug. “Heeft u de vorige keer gevraagd of wij een document voor een tijdelijke, of een permanente verblijfsvergunning wilden opmaken?”, vraagt ze. “Een permanente.”, antwoord ik. “Ik heb jullie de vorige keer een lijstje in het Russisch gegeven van de immigratiepolitie waarop staat welke documenten noodzakelijk zijn voor het aanvragen van een permanente verblijfsvergunning. Jullie vonden dat zo’n handig lijstje dat jullie er een kopie van hebben gemaakt voor het geval zich weer Nederlanders melden met een vergelijkbare vraag.”. Na nog wat ruggespraak meldt de dame zich weer bij de balie. “Wij hebben een kwartiertje nodig om uit te zoeken wiens fout het is en wie voor de kosten opdraait, hopelijk heeft u nog even geduld”.

Geduld heb ik genoeg. Kennelijk was de Nederlandse consul not amused bij het horen dat er een fout gemaakt was en de dame had nu opdracht gekregen om de kopie van het document van de immigratiepolitie uit het archief te vissen om te kijken welke bewoordingen daar op stonden. Geen probleem. De kachel brandt behagelijk in de ambassade en mijn trein vertrekt pas in het begin van de avond. Een paar dagen terug hebben we bij de immigratiepolitie het lijstje nog woordelijk doorgenomen en daar stond duidelijk “pastajè na zhid”, in plaats van “vid na zhid”, dus ik kan behagelijk achterover op de bank zitten en de in goud versierde kerstboom bewonderen terwijl achter achter de balie men zich druk maakt over een paar woorden.

Na een kwartiertje meldt de dame zich weer. Met heel veel excuses wordt mij het nieuwe papiertje overhandigd waarin nu over het juiste type verblijfsvergunning wordt gesproken. Opvallend is wel, dat de Nederlandse dame die mij de vorige keer nog zelf het document overhandigde zich nu niet laat zien. Ach ja, ook ambassademedewerkers zijn maar mensen.

Met het juiste papier in mijn plastic tas van de Praxis loop ik de deur uit. De zon staat al wat hoger aan de hemel en het vriest nog wel, maar niet streng meer. Ik besluit terug te wandelen naar het station. Een wandeling van iets minder dan een uur. Almaty is gebouwd op een helling en richting het station is hellingaf. Niet vermoeiend dus en onderwijl kan ik rustig wat winkels bekijken. Mijn eerste stop is echter na zo’n 500 meter bij het park voor het kantoor van de KNB. Ik heb nog een rol koekjes in mijn tas die ik hier wil oppeuzelen. Afgezien van een paar straatvegers zijn er weinig die zich met deze temperatuur laten verleiden tot het plaatsnemen op een bankje in het park. Terwijl ik de koekjes soldaat maak kijk ik naar het KNB kantoor aan de overkant van de weg. Grijs, en met tralies voor de ramen. Weinig activiteit is merkbaar, maar dat zegt natuurlijk niets over wat daar binnen gebeurt. Al te lang wil ik daar ook niet over filosoferen. Zo warm is het in het park nu ook weer niet dat ik na het verorberen van de rol koekjes nog lang op het bankje wil blijven zitten. Ik vervolg daarom al snel mijn weg weer naar het station.

21 Dec 2006

President Turkmenistan overleden

Categorie: Column — lammert @ 18:14

Meestal is het jammer wanneer iemand aan een hartstilstand overlijdt. Vandaag ben ik echter niet bijzonder rouwig na het horen van het bericht op de televisie dat de president van Turkmenistan is overleden. Turkmenistan is één van de andere staten in Centraal Azië. In tegenstelling tot Kazachstan heeft er na de val van de Sovjet Unie niet een echte verandering van het politieke en economische systeem plaatsgevonden. De president heeft de touwtjes strak in handen genomen en praktisch alle inkomsten uit gas en olie zijn naar privébankrekeningen in het buitenland gevloeid. Een propagandastroom van maar liefst vier Turkmeense kanalen op de satelliet Yamal 201 die wij ontvangen moet de buitenwereld doen geloven dat het hier gaat om het perfecte land op aarde. Maar na de zoveelste journaaluitzending met nieuwsleesters in klederdracht en documentaires over het graven van een kunstmatig meer in de woestijn dat het land voor altijd van zijn droogte moet afhelpen word je toch wat argwanend.

Zicht op een nieuwe president is er nog niet. Voor maart zijn verkiezingen gepland waarin de bevolking zich kan uitspreken over de te varen koers. Wat er van het land komt moet de komende tijd blijken. Politiek en economisch stelt het land niet zoveel voor dat het regelmatig in het internationale nieuws komt en andere landen hebben maar weinig interesse om zich te mengen in de politiek en toekomst van Turkmenistan.

Op zoek naar het AIDS centrum

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 15:42

Eind oktober heb ik bij de polikliniek in Zhabagly bloed afgestaan voor een AIDS test. De test was negatief, maar op de polikliniek hebben ze slechts één uitdraai ontvangen van de dertien geteste personen van die dag. Dat is voor de aanvraag van mijn verblijfsvergunning niet voldoende. Daarvoor moet een verklaring worden opgesteld door een arts van het AIDS centrum in Shymkent. Vanavond ga ik met de trein naar Almaty en daarom zijn Elmira en ik al vroeg in de ochtend per auto vertrokken naar Shymkent. We hebben van de huisarts begrepen dat het AIDS centrum in het zuidelijke deel van de stad moet liggen in een zijstraat van de uitvalsweg naar Tashkent.

Om een uur of elf komen we in Shymkent aan. Door het centrum rijden we naar het zuiden en vervolgens door tot vlak voor het spoor. Bij de kruising rechts zou het AIDS centrum moeten zijn. We slaan rechtsaf en rijden langzaam verder tot we enkele mannen ontwaren bij een kleine autogarage. Hier zal men ongetwijfeld weten waar we moeten zijn. Het antwoord is niet erg opvrolijkend. Volgens de monteur is het AIDS centrum een heel stuk terug, voorbij de markt. Als we dezelfde weg terugrijden en de markt gepasseerd zijn moeten we nog maar eens vragen. Daar moet het vlakbij zijn.

We keren de auto—wat op de brede wegen in Shymkent altijd gemakkelijk gaat—en rijden terug. Over de kruising waar we niet lang daarvoor nog rechtsafgeslagen zijn en vervolgens richting de markt. Wanneer we de markt gepasseerd zijn komen we in een woonwijk, niet echt waar je een AIDS centrum zou verwachten. Ik zet de auto stil aan de kant van de weg en Elmira draait het raampje naar beneden om aan voorbijgangers de weg te vragen. Met grote ogen worden we aangestaard wanneer Elmira naar het AIDS centrum vraagt. Het lijkt wel of we melaats zijn en het liefst lopen de mensen die we aanspreken zo snel mogelijk door. Na een paar keer vragen wordt het wel duidelijk, hier ligt het AIDS centrum niet. Eén voorbijganger weet ons nog wel uit te leggen dat we terug moeten en dan rechts. Omdat dat het enige aanknopingspunt is dat we hebben draaien we de auto weer en rijden de weg terug waar we net langsgekomen zijn.

De weg die we naar rechts inslaan is de weg van de markt naar het centrale Al-Farabi plein in de stad. Langs deze drukke straat zijn een aantal bushaltes en stalletjes, dus hopelijk zijn hier mensen die ons de exacte lokatie van het AIDS centrum kunnen vertellen. We stoppen bij een stalletje waar Elmira wederom vraagt naar de weg. De reactie hier is bijna nog beangstigender. De vrouw die het kleine winkeltje runt wil Elmira niet eens te woord staan, alsof het praten over AIDS al besmettelijk is. Ze draait zich om richt zich snel tot een klant, als een duidelijk teken dat wij weg moeten wezen. Gelukkig is even verderop wel iemand die het AIDS centrum lijkt te kennen. We moeten doorrijden tot vlak voor het plein en dan links afslaan. In die straat zou het centrum te vinden zijn. Het klinkt hoopvol, want we komen dan weer in de buurt waar de huisarts van Zhabagly vertelde dat het centrum zou moeten zijn.

Na enkele minuten rijden zijn we in de straat aangekomen. Stapvoets rijden we door de bijna verlaten straat, maar zowel links als rechts zien we niets dat op een medisch centrum zou moeten wijzen. Bijna aan het eind stoppen we en vragen twee oude dames die hier kennelijk wonen naar de weg. We moeten even terug. Aan de andere kant van de weg zit het infectieziektencentrum zo weten ze ons te vertellen.

Inmiddels gespecialiseerd in het draaien van U-bochten zet ik wederom de neus van onze auto 180 graden in de andere richting en we rijden terug tot de plek waar we zouden moeten zijn. We stappen uit en vragen voor de zekerheid nog aan een voorbijganger. Inderdaad, in het zijstraatje waar we nu vlak bij geparkeerd staan zouden wij moeten zijn.

We besluiten het laatste stuk te lopen. Het is nog geen vijftig meter, of rechts doemt een portiek op waarboven is geschreven dat hier een infectieziektencentrum is gevestigd. Hoopvol beklimmen we de trap en betreden de wachtkamer waar een arts en drie assistenten zich duidelijk zitten te vervelen.

Nee, dit is niet het AIDS centrum blijkt al gauw, maar een infectieziekten polikliniek waar zo ongeveer alle andere infectieziekten worden gediagnotiseerd en behandeld. Maar we hebben geluk. Eén van de assistentes heeft een afspraak in een ziekenhuis vlak bij het AIDS centrum en ze is bereid met ons mee te rijden en de weg te wijzen. Scheelt haar een taxi nemen en ons een hoop zoekwerk. Na vijf minuten heeft ze haar tas en jas gepakt en zitten we weer in de auto.

We rijden dezelfde weg weer terug en draaien op de weg naar Tashkent rechtsaf. Bij een kleine kruising is het vervolgens rechtsaf waarna we nog een eind doorrijden. In een bocht is aan de rechterkant een klein doodlopend straatje. Aan het eind daarvan blijkt het regionale AIDS centrum te zijn gehuisvest. In een doodlopend steegje, niet echt een plek waar mensen geregeld langskomen en dat verklaart waarom geen enkele voorbijganger ons de weg kon wijzen. Alleen wie hier werkelijk moet zijn komt hier, anderen niet. Het voordeel is wel, dat AIDS patiënten redelijk anoniem naar het centrum kunnen. Dat zou wel anders geweest zijn als het centrum in een drukke straat was gelegen.

In het centrum aangekomen leggen we de kopie van de lijst van de polikliniek van Zhabagly voor aan een arts. We gaan naar haar kantoor en ze schrijft een verklaring uit. Zo, dat is geregeld. Nu snel naar Zhabagly terug, want vanavond moet ik nog met de trein naar Almaty.

20 Dec 2006

Naar de bank en immigratiepolitie

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 21:04

Eén van de voorwaarden om een verblijfsvergunning te krijgen voor Kazachstan is het bezit van een voorgeschreven hoeveelheid financiële middelen. Dit bedrag moet op een bankrekening in Kazachstan staan en de bank moet een document afgeven voor de immigratiepolitie. In Nederland is iets dergelijks niet moeilijk. Een kopie van een rekeningafschrift voldoet in praktisch alle gevallen. In Kazachstan gaat dat wat lastiger. Enkele weken geleden heb ik het geld vanuit Nederland naar de Kazachstaanse rekening overgeheveld. Het kwam relatief vlot aan. Vier dagen nadat ik het verstuurd had belde de bank namelijk al naar Elmira dat er geld op de rekening was binnengekomen. Maar daarmee heb je nog geen bewijs voor de immigratiepolitie dat het geld er inderdaad is. Daarvoor moet je naar het kantoor van de bank zelf en moet een door de directeur ondertekende en door de hoofd boekhouder afgestempelde verklaring worden opgemaakt.

Dat klinkt nog steeds eenvoudig, maar wie mijn weblog al een tijdje volgt weet dat in Kazachstan iets dat simpel klinkt niet altijd simpel is. We komen met de auto vlak voor lunchtijd in Shymkent aan. Omdat we wel doorhebben dat de procedure even gaat duren parkeren we de auto vlak bij de bank en lopen naar een restaurant vlakbij. Met een volle maag hebben we hopelijk voldoende energie om de hele procedure vandaag af te ronden. Vijf minuten over twee staan we weer bij de bank. Op de begane grond zijn de balies voor de reguliere klantenafhandeling. Voor elke afzonderlijke balie heeft zich al een rij van zo’n tien personen gevormd. De meeste mensen die hier staan komen geld op hun rekening storten of juist opnemen. We sluiten in één van de rijen aan en in een dik halfuur schuifelen we naar voren tot we aan de beurt zijn.

We overhandigen ons rekeningdocument en mijn paspoort en vragen een afschrift van de baliemedewerkster van het geld dat recentelijk door mij uit Nederland overgeschreven is. Er wordt wat op de computer getikt en even later krijgen we een briefje mee. Met dit briefje moeten we naar de eerste verdieping, kantoor 201. Op dat kantoor kan men ons een afschrift geven van de overschrijving. Met het briefje gaan we naar boven. Een dame achter de balie—waar het duidelijk rustiger is dan beneden—neemt het briefje aan en gaat in een ordner zitten bladeren. Kennelijk worden alle internationale overschrijvingen hier in één ordner bewaard. Dat zegt iets over de hoeveelheid internationale transacties die men doet. Na een minuut of vijf bladeren heeft ze het bewuste blad gevonden. Het wordt uit de ordner gehaald en in tweeën geknipt. Eén deel moet ik ondertekenen en gaat hier weer in het archief, het andere deel krijgen we mee voor het vervolg van de procedure.

Zo, dik drie kwartier zijn verstreken en ik ben nu in het bezit van een afschrift dat het geld inderdaad op mijn rekening binnengekomen is. Maar daarmee zijn we er nog niet. Voor een verklaring voor de immigratiepolitie moeten we opnieuw naar de overbevolkte balies op de begane grond om leges te betalen voor de verklaring, en om een uitdraai te krijgen hoeveel het door mij in euro’s gestorte geld tegen de huidige koers in Tenge waard is. Gelukkig hebben we Nathalie thuisgelaten want een tweede keer in het snikhete hok beneden op je beurt wachten was met haar vast niet gelukt. Beneden zijn de rijen nog langer geworden. We sluiten weer aan het eind van één van de rijen aan en bijna een uur later zijn we aan de beurt. De leges zijn zo’n drie euro, en voor dat geld krijgen we een briefje waarop staat dat wij een aanvraag hebben ingediend voor een verklaring voor de immigratiepolitie. Bovendien is op dat briefje het saldo vermeld.

Nu moeten we naar de tweede verdieping. De zeven maanden zwangere Elmira heeft duidelijk moeite zich na het lange staan en wachten naar deze hoogte te hijsen. Gelukkig staan op het kantoor van de secretaresse van de directeur een paar stoelen waar we dankbaar op plaatsnemen. De secretaresse neemt onze papieren en mijn paspoort in ontvangst en begint een verklaring te typen. “Oeps”, zegt ze na een paar regels. Op het briefje staat alleen het saldo in euro, niet in tenge. Of we even weer naar beneden willen om dat te laten corrigeren. Elmira, dapper als ze is, neemt het briefje aan en gaat weer naar de begane grond. Ze hoopt met een paar vriendelijke woorden en haar zwangere buik vooruit gestoken even voor te mogen in een rij om het briefje te laten corrigeren. Ik blijf in de tussentijd op het kantoor van de secretaresse achter.

Na enkele minuten is ze alweer terug met een brede glimlach op haar gezicht. De secretaresse had het niet goed gelezen, op het papiertje stond wel degelijk in handgekrabbel KZT, oftewel de internationale code voor de Kazachstaanse munteenheid met daarachter het bedrag omgerekend tegen de actuele koers.

De secretaresse maakt het document af en brengt het vervolgens naar de directeur die er zijn handtekening onder plaatst. We moeten zelf nog even voor het stempel van de hoofd van de boekhouding zorgen, die zit in een kantoortje links. Met de verklaring gaan we naar het hoofd van de boekhouding die er een prachtig rode ronde stempel op plaatst. Zo, alle documenten voor de aanvraag van mijn verblijfsvergunning zijn nu binnen. Het is inmiddels half vijf en we kunnen nog net naar de immigratiepolitie om de documenten te laten controleren. Als alles meezit kunnen we morgen de aanvraag bij de politie in Wanovka indienen.

Het bureau van de immigratiepolitie in Shymkent is een minuut of tien rijden vanaf de bank. Nou is dat vrij variabel, want met de huidige verkeersdrukte in de stad kan een stukje dat vroeger in vijf minuten met de auto overbrugd kon worden tegenwoordig gemakkelijk twintig minuten kosten. Het verkeer zit gelukkig niet al teveel tegen en ruim voor sluitingstijd komen we op het politiebureau aan. De vrouw die normaliter de documenten controleert is er echter niet. Ze moet volgens collega’s wel komen dus blijven we op de gang wachten. Dat wachten wordt beloond, want binnen een kwartier komt ze aanlopen. Er zijn nog enkele mensen voor ons, maar die kunnen vrij snel worden geholpen waarna wij aan de beurt zijn.

Met een vakkundige blik bladert de Russische dame met meer dan twintig jaar ervaring op de immigratiedienst door de papieren. Al snel vist ze de verklaring van de AIDS test eruit. Wat wij hebben gekregen is een algemene uitslag van de test, maar er moet door het AIDS centrum een speciale verklaring worden opgemaakt. Daar moeten we mee terug. Het is nu al te laat om dat vandaag nog te doen, maar morgenvroeg kunnen we eventueel nog een keer naar Shymkent reizen. Het volgende document waar ze op stuit is problematischer. Door de Nederlandse ambassade in Almaty is een verklaring opgesteld waarbij ze aangeven er geen bezwaar tegen te hebben dat ik een verblijfsvergunnning voor Kazachstan aanvraag. Er is echter één probleempje, de ambassade spreekt in de verklaring over een tijdelijke verblijfsvergunning, terwijl het om een permanente moet gaan. Nou zijn dat maar een paar woordjes, maar om die veranderd te krijgen moet ik wel naar de ambassade in Almaty en dat is 650 kilometer van Zhabagly verwijderd. Bovendien zijn het binnenkort feestdagen en treintickets zijn in de winter vaak moeilijk te krijgen dus dat kan nog interessant worden.

Enigszins gedesillusioneerd staan we weer op straat. Terwijl Elmira naar een apotheek loopt om wat medicijen te kopen bel ik met mijn mobieltje—waarin ik het nummer van de ambassade voorgeprogrammeerd heb, je weet maar nooit—naar Almaty om te vragen op welke dagen ze vanwege de feestdagen gesloten zijn. De dame aan de andere kant van de lijn meldt mij dat de ambassade op eerste en tweede kerstdag en op 1 en op 2 januari gesloten is. Het is nu woensdag. Volgende week maandag en dinsdag is de ambassade vanwege de kerst gesloten, dus zou het mooi zijn als het nog zou lukken om morgenavond op de trein te stappen om vrijdag het document te laten aanpassen. Maar dan moeten we wel als de bliksem aan treintickets zien te komen.

Op de weg terug van Shymkent naar Zhabagly ligt het plaatsje Tjulkebas. In dit plaatsje is het treinstation waar we normaliter de trein naar Almaty nemen en de ticketverkoop is daar dag en nacht geopend. Daarom besluiten we op de terugreis daar langs te gaan. Na een dag van wachten en tegenslagen zit het nu eindelijk een keer mee. Er staat geen lange rij voor het ticketkantoor zoals normaal vaak het geval is en zowel voor de heenreis op donderdagavond, als de terugreis op vrijdagavond zijn er nog plaatsen vrij in de trein. Met een zucht van verlichting betaal ik de tickets. Misschien komt alles dan misschien toch nog op korte termijn voor elkaar.

18 Dec 2006

Naar Taraz voor een scanner

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 17:26

Zhabagly ligt ongeveer in het midden tussen de steden Shymkent en Taraz. Voor de meeste zaken gaan wij naar Shymkent omdat in die stad de overheidsinstanties gevestigd zijn van de oblast (provincie) waar wij onder vallen. We kennen daardoor daar het beste de weg en gemakshalve doen we daarom in Shymkent de meeste inkopen. Shymkent heeft echter een snel toenemend probleem. Door de economische voorspoed is de stad in zeer korte tijd volledig volgelopen met auto’s. Het wegennet in de stad is daar niet op berekend en met name parkeren is een zeer groot probleem. De lokale overheid heeft dit ook onderkend en in rap tempo worden markten in het centrum van de stad gesloten en naar de rand van de stad verplaatst om het verkeer uit het centrum te halen. Stoppen en parkeren langs een aantal grotere centrale wegen in de stad is nu verboden, maar ondanks al de maatregelen zijn er nog steeds meer auto’s op de weg dan het wegennet aan kan.

Omdat Elmira’s jongere zus in Taraz woont en wij daardoor daar ook langzamerhand wat bekender worden richten wij ons daarom tegenwoordig wat meer op deze stad. In afstand maakt het niet zoveel uit—beide steden liggen ongeveer 100 kilometer van Zhabagly—maar in Taraz is er van economische voorspoed nog weinig te merken waardoor de straten nog bijna de rust ademen van de Sovjet tijden van weleer.

Vandaag zijn we naar Taraz getogen voor een bezoek aan de supermarkt en een computerzaak. Om enkele werkzaamheden voor Nederland uit te kunnen voeren heb ik een scanner nodig voor mijn computer en in Taraz zit een vestiging van Sulpak, een beetje vergelijkbaar met de Nederlandse MediaMarkt. Weinig luxueuse aankleding van de winkel en bodemprijzen moeten een grote stroom aan klanten aantrekken. Die stroom van klanten was vandaag zeker aanwezig. Met het nieuwjaar in zicht was de winkel vol met potentiële kopers die zich oriënteerden op een mogelijke aankoop voor het eind van het jaar. Oriënteren is nodig, want voor een aankoop gaat een Kazach niet over één nacht eis. Meestal worden meerdere winkels afgelopen alvorens een aankoop definitief wordt gedaan. Bij de uiteindelijke keuze geeft vaak de prijs de doorslag. Niet zelden worden na een aankoop nog een paar winkels bezocht om er zeker van te zijn dat een product voor de laagste prijs gekocht is.

Van de aanwezige scanners voldoet één aan mijn wensen: niet te veel toeters en bellen en geen HP. Mijn vorige twee scanners in Nederland waren van Hewlett Packard en ze hebben beiden na relatief korte tijd de geest gegeven. Daarom ben ik deze keer maar eens van mijn merkvastheid afgestapt en is de keuze op een Epson 1270 gevallen. Voldoende om documenten in te scannen die per email naar Nederland moeten worden verzonden bij gebrek aan een stabiele faxverbinding en om een aantal foto’s digitaal in te lezen en te verwerken.

Hoewel het economisch in Taraz minder goed gaat dan in Shymkent, is de Gros supermarkt er goed voorzien. Waar in Shymkent de stellingen ver uit elkaar staan en elk product vaak op minimaal twee plaatsen in de winkel wordt geplaatst omdat het assortiment simpelweg te klein is heeft de Gros supermarkt in Taraz een breed assortiment. Terwijl in Shymkent de Gros supermarkt vooral voor de rijken is—hij is gelegen op een plek ver van het centrum waar je alleen met eigen auto of taxi kunt komen—is de Gros supermarkt in Taraz er voor de man met de kleine beurs. De service is er ook op aangepast. In Shymkent staan achter de kassa inpakkers die alle gekochte goederen netjes in plastic zakjes doen en eventueel de waren naar de auto sjouwen. In Taraz word je net als in Nederland geacht zelf de spullen in te pakken en mee te nemen. Geen probleem voor ons, en een volgeladen kar duwen we naar onze auto die even verderop geparkeerd staat.

15 Dec 2006

Puinhoop op luchthaven Almaty

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 6:43

Ik heb het stuk van Amsterdam al talloze malen gevlogen. De zeven uur die het ongeveer kost is net te kort om lekker bij te slapen en te lang om je niet stierlijk te vervelen. Gelukkig zet de KLM sinds een paar maanden een nieuw vliegtuig in op de lijn waarbij elke stoel zijn eigen videoscherm heeft. Je kunt zelf uit de beschikbare films kiezen welke je wilt zien. Het scheelt aanmerkelijk moet ik zeggen. Ik heb mij deze keer gestort op de collectie tekenfilms waaronder Bambi en De IJstijd 2. Vlak voor de aankomst in Almaty wordt het scherm afgeschakeld en komt de reguliere vluchtvoortgang weer in beeld. Het ziet er hoopvol uit. De boordcomputer meldt een temperatuur van +5 op een hoogte van 1100 meter, dus in Almaty zal het nooit zo koud zijn.

Helaas blijkt na enkele minuten dat we te maken hebben met een inversie. Een meteorologisch verschijnsel waarbij de lucht op een bepaalde hoogte warmer is dan de lucht daaronder. Want tegen het moment dat het vliegtuig de wielen aan de grond zet is de temperatuur op het display gedaald naar min zeven. Een verschil van twaalf graden. Nog niet superkoud, maar ik had toch liever die plus vijf gehad.

De luchthaven van Almaty is nog maar enkele jaren geleden gebouwd, maar nu is hij eigenlijk al weer te klein. De vier pieren waaraan vliegtuigen kunnen koppelen zijn vrijwel altijd bezet en ik zie op de baan enkele vliegtuigen staan waar passagiers met bussen vervoerd worden. Ook bij de paspoortcontrole blijkt dat alles eigenlijk alweer te klein bemeten is voor de toenemende stroom van internationale reizigers. Praktisch alle hokjes zijn bemand door mensen van de immigratiedienst, daar ligt het niet aan, maar elke binnenkomst moet worden geregistreerd in het centrale computersysteem. Een standaard procedure is dan ook dat er even door het paspoort wordt gebladerd, wat op de computer wordt ingetikt en dat de controleur dan verveeld in het rond gaat kijken tot er na een minuut of vaak nog langer eindelijk een melding van de computer komt dat de registratie compleet is. Dan pas kan het stempeltje in het paspoort gezet worden en gaat het klaphekje richting de bagagebanden open. Het gevolg is lange rijen voor de paspoortcontrole, alleen omdat een stuk software en hardware niet berekend zijn op de actuele stroom van registraties. Wat zou ik als computerprogrammeur daar graag eens induiken om dat wat efficienter te laten werken.

Maar niet alleen de paspoortregistratie kan efficienter. Ook de bagageafhandeling heeft zo zijn problemen. Er zijn maar een paar korte bagagebanden beschikbaar. Tot voor kort werden de schermen daarbij verhuurd aan luchtvaartmaatschappijen zoals Lufthansa om daar reclame op te plaatsen. Tegenwoordig wordt er wel netjes op gemeld welk vliegtuig op een bepaalde band gelost wordt, maar daar kun je in de praktijk nog niet van op aan. Daarom is het een pendelen tussen de verschillende banden en vooral het zoeken tussen de grote hoop bagage die naast de band wordt opgestapeld om zo weer nieuwe bagage op de veel te korte banden te laten circuleren. Bovendien vindt elke Kazach dat hij een bagagekarretje nodig heeft en al die bagagekarretjes staan bijna bovenop de lopende band. Want stel je eens voor dat je twee meter met een koffer moet sjouwen van de band naar je karretje. Mijn voordeel is dat ik zo’n 20 centimeter langer ben dan de gemiddelde Kazach dus ook van een afstandje kan ik over de hoofden heen nog redelijk de paar bagagebanden in het oog houden.

Na bijna een half uur—waarin slechts een paar mensen door de uitgang met een complete set bagage zijn vertrokken—zie ik mijn koffer opduiken. Ik pak hem van de band, klik het handvat uit en rol ermee naar de deur.

Zo, ik ben weer compleet.

14 Dec 2006

Naar het postkantoor

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 8:20

Vanochtend heb ik een pakket naar het postkantoor gebracht voor verzending naar Kazachstan. Waarschijnlijk een weekje of twee nadat ik daar ben aangekomen is het pakket er ook. Twintig kilogram extra bagage die ik niet hoef te sjouwen.

Ik wordt steeds beter in het afvullen. Met een digitale personenweegschaal en digitale keukenweegschaal weeg ik elke keer de doos en de afzonderlijke produkten die erin gaan af. Meestal lukt het mij binnen enkele honderden grammen op de 20 kilo te komen. Vandaag heb ik echter een record gehaald. 19,960 wees de geijkte digitale weegschaal van TNT Post aan. Veertig gram had ik er nog bij in kunnen doen. Dat ik dicht bij de grens van 20 kilo zou zitten wist ik al—voor de zekerheid had ik twee kunststof kopjes van een servies van twaalf weer uit de doos gehaald—maar binnen 40 gram op het maximaal toegestane gewicht zitten is mij nog nooit gelukt.

Terwijl ik afrekende kwam iemand anders het postkantoor binnen met de arm vol post. Het bleek de post te zijn uit een brievenbus die afgelopen nacht door vandalen met vuurwerk is opgeblazen. De brievenbus lag aan barrels, en de post was eromheen verspreid. Deze post zag er nog aardig uit, maar ongetwijfeld zijn er ook poststukken verbrand, weggewaaid en verloren gegaan. Het zal je post maar wezen.

2 Dec 2006

Elmira’s verjaardag

Categorie: Dagelijkse leven — lammert @ 19:31

Vandaag is Elmira’s zevenentwintigste verjaardag. Nathalie en Bigsultan kunnen het niet laten om alvast met de vingers de slagroom van de taart op te eten.

Verjaardagstaart

8 queries. 0.091 seconds.